Wiskundige knopen komen uit de knopentheorie, een tak van de wiskunde die knopen bestudeert als zuivere vormen in plaats van als gereedschap. Een knoop is hier een gesloten lus waarvan de einden met elkaar zijn verbonden; hij kan vrij worden gerekt, gedraaid en gebogen, maar nooit worden losgemaakt. Wiskundigen vragen zich af wanneer twee verwarde lussen in werkelijkheid dezelfde knoop in vermomming zijn en wanneer ze wezenlijk verschillen. Het eenvoudigste voorbeeld dat niet tot een gewone cirkel valt te ontwarren, is de klaverbladknoop, die zichzelf maar drie keer kruist. De klaverbladknoop is bovendien chiraal: hij en zijn spiegelbeeld kunnen nooit in elkaar worden omgebogen, een onderscheid dat ver buiten de wiskunde van belang is, want moleculen en zelfs DNA-strengen kunnen op dezelfde manier geknoopt raken.